"Waarom bleef Breydel, ja, niet thuis? / Waarom ons niet met man en muis / Geleverd aan de Franschen?/ 't Was dan voor goed gedaan geweest / Met dat gezeur om taal en geest / En leeuwen die gaan dansen. /
't Is in de hel toch beter dan / In 't vagevuur, ontslagen van / Dat eeuwig groot verlangen / Om in den hemel eens te zijn ! ... / Men peinst er niet meer op en fijn / Gaat elk gerust zijn gangen. /
Niet waar? Mijnheer de franskiljon? / 't Is spijt dat 't nu niet anders kon. / Dat dit verdoemde Vlaamsch bleef leven / In 't heetste van zijn vagevuur. / En dat welhaast zal slaan het uur / Om hem zijn hemel te doen geven." V.D.L.
![]() |
| Kortrijk, 6 juli 1952 |
