dinsdag 23 februari 2021

Nogmaals Leo Vindevogel

 In het laatste nummer van het Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis van 2020 analyseert de gerespecteerde directeur en historicus van het Soma, Nico Wouters het proces Leo Vindevogel - het artikel telt 35 blz. De ondertitel is veelbetekenend: Historische waarheid en beeldvorming over de repressie in Vlaanderen. De auteur stelt dat "puur juridisch is het onderzoek robuust en zijn de tegenargumenten zwak". 

Nico Wouters fileert op een zeer leesbare wijze het strafdossier tegen Vindevogel en merkt op dat de toenmalige strafrechters zich niets te verwijten hebben omdat er een solide bewijslast tegen de beklaagde Vindevogel bestond. Meer de beklaagde had zichzelf aan de galg gepraat vermits hij bij zijn standpunten (onder meer pro-Duitse gezindheid en het aangeven van verzetslui) gebleven was. Eigenlijk had hij zijn doodvonnis aan zichzelf te wijten vermits hij zichzelf onmiddellijk na de bevrijding bij de rijkswacht had aangegeven, en niet mee met zijn familie naar Duitsland gevlucht was. Indien hij een of twee jaar later voor de repressierechtbank had gestaan, dan zou hij er met een veroordeling van vijf of tien jaar vanaf zijn gekomen. Daarbij moeten we, aldus historicus Wouters, ook wijzen op de zwakke verdediging van Vindevogel. Zijn advocaten hebben niet het onderste uit de kan gehaald om zijn vel te redden. De Soma-directeur geeft wel toe dat "niet duidelijk is welke feiten nu uiteindelijk hebben doorgewogen" om hem tot de doodstraf te veroordelen, en is het proces "relatief snel" afgehandeld. 

Alle argumenten (onder andere het stenografisch verslag) die door de tegenpartij aangevoerd wo(e)rden om de oorlogsburgemeester van Ronse te verdedigen, worden door de auteur afgewimpeld als 'beeldvorming'. Ook mijn zorgvuldig gedocumenteerde Vindevogel-biografie ondergaat dat lot. Niet in het minst omdat ik het door wijlen Jan Verroken zorgvuldig opgestelde stenografisch verslag gebruikte en er geen kritische reflecties bij stelde. 

Wouters besluit op eerder sombere wijze: "Ik ben daarom sceptisch: dit artikel verlegt hoogstens een steentje. Geschiedschrijving zal de koers van een rivier niet meer veranderen wanneer de bedding van een beeldvorming is uitgegraven". Het is wel mooi gezegd/geschreven. Ik vraag me daarbij af waarom Nico Wouters in zijn monumentaal boek over de oorlogsburgemeesters uit 2004 met geen woord rept over Vindevogel? Hij had toen immers de uitzonderlijke gelegenheid om een en ander naar voren te brengen,
wat hij dus verzuimde. Een gemiste kans. 

Ere wie ere toekomt. Nico Wouters maakte voor zijn onderzoek gebruik van een bron die ik voor mijn biografie niet raadpleegde omdat ik het bestaan ervan niet wist: het Archief Correctionele Rechtbank van Oudenaarde dat zich in het Rijksarchief van Gent bevindt.

donderdag 18 februari 2021

Nieuwe foto Karstjäger

 Een tiental dagen geleden kon ik op een Duitse digitale veiling een originele Duitse persfoto uit 1943 verwerven. Het betreft een foto afkomstig uit het archief van Weltbild Berlin, en stelt een batterij lichte bergartillerie voor, gedragen door muilezels. Typisch voor de Karstjäger of de 24. Waffen-SS- Gebirgsbrigade was dat de begeleiders van de dieren van Bosnische afkomst waren. Deze zeldzame en unieke foto draagt als datum 21 december 1943.

Door corona is mijn boek over de Karstjäger: de korte geschiedenis van de 24. Waffen-SS-Gebirgsbrigade/Division 'Karstjäger' in Noordoost-Italië en Slovenië, 1943-1945, verschenen begin 2020, nog niet veel in de belangstelling kunnen komen. Het boek is bij mij verkrijgbaar en kost 15 euro en 3 euro verzendingskosten.


vrijdag 12 februari 2021

Over nitwits en negativisten

 Enige weken geleden verscheen er een speciaal nummer van het tijdschrift Newsweek Vlaanderen gewijd aan het vijftigjarig bestaan van het Vlaamse parlement. Het is een verzorgd en kleurrijk uitgebracht nummer. Voor zover niets aan de hand. Toch was deze speciale editie aanleiding tot een heleboel heibel vanwege een resem moderne Vlaamse historici, waarvan de meeste geen kaas gegeten hebben van de geschiedenis van de Vlaamse Beweging, laat staan van het Vlaams-nationalisme. Zij wilden enkel provoceren. Vooral de commentaren van 'dagbladhistoricus' Marc Reynebeau en de ULB-docent Peter Lagrou, kleinzoon van de gewezen seminarist en Vlaamse SS-leider René Lagrou vielen hierbij in het oog.

Beide heren behoren tot het soort figuren die al braakneigingen krijgen bij het horen alleen al van de woorden 'Vlaams', 'Vlaanderen', 'Vlaams-nationalisme' of Vlaamse Beweging in het algemeen. Het zijn pure negativisten. Zij willen alles wat betrekking heeft op Vlaanderen, de Vlaamse Beweging zoveel mogelijk schade berokkenen. Hoeven we ons ook maar iets aan te trekken van de mening van beide heerschappen? Hoegenaamd niet. Zij kregen immers al kansen genoeg. Binnenkort vertrekt Reynebeau sowieso met pensioen, en Lagrou jr. heeft de kans gemist om ook maar enig werk van nut, nl. een betrouwbare en informatieve biografie van zijn grootvader, te schrijven.

Het is tegenwoordig opvallend dat een aantal poco-historici er tegenwoordig een gewoonte van maken om alles wat betrekking heeft tot de Vlaamse Beweging zoveel mogelijk schade te berokkenen. Zij krijgen hierbij volop de steun van de media. Vlaamse Bewegers staan tegenover deze tendens nagenoeg machteloos wegens gebrek aan eigen media (met uitzondering dan van Doorbraak.be).

Overigens was heel de hetze rond de brochure 50 Jaar... niets meer of minder dan een storm in een glas water. Toch is het voldoende om er een aparte paragraaf aan te wijden in mijn biografie over Staf de Clercq in wording.

woensdag 10 februari 2021

Keizer Wilhelm II. en het Derde Rijk

 Jacco Pekelder schreef samen met Joep Schenk en Cornelis van der Bas het boekje De keizer en het Derde Rijk. In opdracht van het Museum Huis Doorn en in samenwerking met de universiteit van Utrecht maakte uitgeverij Aspekt er een mooi, kleurrijk en aantrekkelijk boekje van met tal van illustraties, dat in de eerste plaats als museumgids in het laatste huis van Kaiser Wilhelm II. dienst zal moeten doen.

Het trio auteurs brengt in beeld hoe Wilhelm II. en zijn nazaten zich verhielden tot het nationaalsocialistische regime. De verbannen keizer zelf, zijn zonen Wilhelm en August Wilhelm en zijn favoriete kleinzoon Louis Ferdinand staan daarbij centraal. Deze leden van de Hohenzollernfamilie gingen na de Eerste Wereldoorlog op zoek naar hun plek in de nieuwe maatschappij, al bleven de meesten hopen op de restauratie van de keizerlijke monarchie.

De keizer had evenwel grotendeels de realiteit uit het oog verloren. Velen namen het hem kwalijk dat hij in 1918 Duitsland had verlaten en zijn heil in Nederland gezocht had. Bovendien hield hij vast aan elitaire politieke denkbeelden, en zag hij niet in dat moderne leiders afhankelijk waren van het volk. De meeste Duitsers aanzagen zijn oudste zoon, kroonprins Wilhelm als een schertsfiguur en rokkenjager, en zijn oudste kleinzoon verloor door een huwelijk beneden zijn stand zijn aanspraak op de troon. Daarenboven was Hitler helemaal niet geïnteresseerd in een herstel van de monarchie. De Hohenzollerns verloren hun politieke relevantie.

J. Pekelder, J. Schenk en C. van der Bas, "De Keizer en het Derde Rijk: de familie Hohenzollern en het nationaalsocialisme". Soesterberg, Aspekt, 2020. Ill., 76 blz.,
Gen., 14.95 €  ISBN  9789463389365

dinsdag 9 februari 2021

Hans Oster: verrader of weerstander?

 Hans Oster (1887-1945) was een Duitse generaal die een leidende functie had binnen de Abwehr, de Duitse contraspionage waarover admiraal Wilhelm Canaris het bevel voerde.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Oster als officier verbonden aan de generale staf. In 1929 werd hij wegens zijn verhouding met de echtgenote van een hoge ambtenaar gedwongen om het leger te verlaten. Zes jaar later werd hij door Canaris voor de Abwehr gerekruteerd, en werd na een tijdje diens rechterhand. Beiden stonden afwijzend ten opzichte van het nationaalsocialisme. 

Oster raakte in de jaren 1930 nauw bevriend met majoor Bert Sas, de Nederlandse militaire attaché in Berlijn. Geleidelijk aan bracht Oster zijn vriend op de hoogte van allerhande militaire geheimen, zoals de datum van de preventieve Duitse aanval op Denemarken en Noorwegen. Het meest belangrijke 'wapenfeit' van Oster was dat hij de juiste datum liet weten van het grote Duitse offensief tegen Nederland, België en Frankrijk. Hierover handelt een groot deel van de zopas verschenen korte feitenbiografie van de Nederlandse historicus en publicist Emerson Vermaat. 

Na een tijdje werd Oster ervan verdacht militaire geheimen verraden te hebben maar zijn chef Canaris hield zijn hand boven zijn hoofd. Steeds weer was Oster betrokken in allerlei militaire complotten tegen Hitler. In 1943 werd hij uit de dienst ontslagen wegens hulp aan joden. Na de aanslag op Hitler op 20 juli 1944 werd de Abwehr-generaal aangehouden en op 9 april 1945 in de gevangenis van Flossenbürg opgehangen.

Vermaats boek is stevig gedocumenteerd en bevat een bibliografie en illustraties maar jammer genoeg geen register.

Emerson Vermaat, "Hans Oster: de Duitse inlichtingenofficier die Nederland waarschuwde". Soesterberg, Aspekt, 2020. Ill., 166 blz. Gen., 18.95 €  ISBN  9789464240030

maandag 25 januari 2021

Het nooit eindigende verhaal van de Eerste Wereldoorlog

 De Eerste Wereldoorlog wordt ook wel de "Urkatastrophe des 20. Jahrhunderts" genoemd. De oorlog was inderdaad van een onvoorstelbare omvang zoals de wereld die nog niet eerder gezien had. Ook de gevolgen ervan, die tot op de dag van vandaag nog niet zijn uitgewerkt, waren en zijn enorm. Toch bestaan er nog steeds veel mythen over deze oorlog, die door toedoen van een aantal historici en publicisten een hardnekkig bestaan blijven leiden. Gelukkig is daar de grote boekenreeks De Grote Oorlog van uitgeverij Aspekt die sinds 2002 verschijnt en voldoende weerwerk levert, en zopas het 41ste boekdeel afleverde.

Dit deel bevat vier grote artikels die op zichzelf staan. Hans Terpstra schetst op vlotte wijze het leven van de Zuid-Afrikaanse generaal Jan Smuts, en gaat vooral in op diens rol tijdens de Eerste Wereldoorlog. In eigen land was Smuts bij de Boeren alles behalve geliefd. Zij beschouwden zijn leven als een tragische mislukking omdat hij zich ten dienste van de gehate Britten had gesteld, en niets had gepresteerd voor zijn volk. Vele Boeren beschouwden hem als een verrader en zelfs moordenaar van zijn volk. Dat had uiteraard alles te maken met Smuts' rol tijdens de Boerenoorlog (1899-1902), en zijn handelen tijdens de eerste maanden van het uitbreken van de wereldoorlog. Samen met generaal Botha had Smuts een Boerenrebellie met geweld neergeslagen, en had hij niet gepleit voor clementie voor de ter dood veroordeelde rebellenleider Jopie Foeri. Auteur Terpstra gaat hier nader op in, en beklemtoont vooral de verdiensten van Smuts op internationaal gebied. Dankzij Smuts won Zuid-Afrika weer aan prestige.

De andere bijdragen handelen over de historie van de Britse Marinevliegdienst, en zijn Duitse tegenstander het Marineflugwesen. Expert Bas de Groot levert ons een gedegen en rijk geïllustreerd artikel van meer dan honderd pagina's. Eric Wils beschrijft de lotgevallen van de Schotten tijdens de oorlog. Zo'n 550.000 Schotten maakten deel uit van de Britse strijdkrachten; zo'n 100.000 sneuvelden of een op de vijf. Tot slot onderzoekt Yency Rodenburg de invloed van de onbeperkte duikbootoorlog op de Nederlandse koopvaardij in 1917. Met veel aandacht las ik vooral de artikels over veldmaarschalk Smuts en de lotgevallen van de Schotten gedurende de vijf oorlogsjaren.

"De Grote Oorlog: kroniek 1914-1918: essays over de Eerste Wereldoorlog, deel 41". Soesterberg, Aspekt, 2020. Ill., 243 blz. Gen., 25 €   ISBN  9789463389399

woensdag 20 januari 2021

Verdun

 Samen met de slag aan de Somme behoort de slag bij Verdun in 1916 tot de bekendste en bloedigste veldslagen die aan het westelijke front tijdens de Eerste Wereldoorlog plaatsvonden. De gevechten duurden bijna een jaar en de tragedie van zoveel slachtoffers op zo'n relatief klein gebied was en is indrukwekkend. De Duitsers begonnen de slag in februari met de bedoeling om de Franse divisies te laten leegbloeden. Eenmaal dat ze murw geslagen waren, zouden ze -zo dacht het Duitse opperbevel- wel bereid zijn om met Duitsland een aparte vredesovereenkomst te sluiten. Immers de Duitsers beschouwden de Britten als hun grootste vijand en wilden het volledig isoleren van hun bondgenoten. Zoals we weten, is het nooit zo ver gekomen.

Tom van Hooff schreef in het verzamelwerk De Grote Oorlog: kroniek 1914-1918 diverse bijdragen over de slag van Verdun en de voorgeschiedenis ervan. Deze heeft hij thans lichtjes herwerkt en gebundeld in het voorliggende Verdun 1916. De meeste belangstelling in zijn toegankelijk boek gaat uit naar de derde fase van de veldslag of de maanden juni tot en met augustus 1916, toen de slag in een beslissende fase kwam. De Duitsers voerden nieuwe divisies aan en het aantal stormaanvallen werd opgevoerd; dat met als doel om een permanent verdedigbare positie te bereiken, uit te bouwen en te verdedigen. Het resultaat was dat de aanvallen einde augustus stilvielen omdat beide partijen op apegapen lagen. Na een grootse Franse tegenaanval in de herfst stonden beide partijen weer op hun uitgangsposities van februari.

De auteur onderzoekt ook een aantal individuele levens van gesneuvelden en trekt de lijn door tot op vandaag
. Voor de liefhebbers: leerrijke lectuur

Tom van Hooff, "Verdun 1916: artikelen over de slag". Soesterberg, Aspekt, 2020. Ill., 151 blz. Gen., 19.95 €  ISBN 9789464240221