vrijdag 12 februari 2021

Over nitwits en negativisten

 Enige weken geleden verscheen er een speciaal nummer van het tijdschrift Newsweek Vlaanderen gewijd aan het vijftigjarig bestaan van het Vlaamse parlement. Het is een verzorgd en kleurrijk uitgebracht nummer. Voor zover niets aan de hand. Toch was deze speciale editie aanleiding tot een heleboel heibel vanwege een resem moderne Vlaamse historici, waarvan de meeste geen kaas gegeten hebben van de geschiedenis van de Vlaamse Beweging, laat staan van het Vlaams-nationalisme. Zij wilden enkel provoceren. Vooral de commentaren van 'dagbladhistoricus' Marc Reynebeau en de ULB-docent Peter Lagrou, kleinzoon van de gewezen seminarist en Vlaamse SS-leider René Lagrou vielen hierbij in het oog.

Beide heren behoren tot het soort figuren die al braakneigingen krijgen bij het horen alleen al van de woorden 'Vlaams', 'Vlaanderen', 'Vlaams-nationalisme' of Vlaamse Beweging in het algemeen. Het zijn pure negativisten. Zij willen alles wat betrekking heeft op Vlaanderen, de Vlaamse Beweging zoveel mogelijk schade berokkenen. Hoeven we ons ook maar iets aan te trekken van de mening van beide heerschappen? Hoegenaamd niet. Zij kregen immers al kansen genoeg. Binnenkort vertrekt Reynebeau sowieso met pensioen, en Lagrou jr. heeft de kans gemist om ook maar enig werk van nut, nl. een betrouwbare en informatieve biografie van zijn grootvader, te schrijven.

Het is tegenwoordig opvallend dat een aantal poco-historici er tegenwoordig een gewoonte van maken om alles wat betrekking heeft tot de Vlaamse Beweging zoveel mogelijk schade te berokkenen. Zij krijgen hierbij volop de steun van de media. Vlaamse Bewegers staan tegenover deze tendens nagenoeg machteloos wegens gebrek aan eigen media (met uitzondering dan van Doorbraak.be).

Overigens was heel de hetze rond de brochure 50 Jaar... niets meer of minder dan een storm in een glas water. Toch is het voldoende om er een aparte paragraaf aan te wijden in mijn biografie over Staf de Clercq in wording.

woensdag 10 februari 2021

Keizer Wilhelm II. en het Derde Rijk

 Jacco Pekelder schreef samen met Joep Schenk en Cornelis van der Bas het boekje De keizer en het Derde Rijk. In opdracht van het Museum Huis Doorn en in samenwerking met de universiteit van Utrecht maakte uitgeverij Aspekt er een mooi, kleurrijk en aantrekkelijk boekje van met tal van illustraties, dat in de eerste plaats als museumgids in het laatste huis van Kaiser Wilhelm II. dienst zal moeten doen.

Het trio auteurs brengt in beeld hoe Wilhelm II. en zijn nazaten zich verhielden tot het nationaalsocialistische regime. De verbannen keizer zelf, zijn zonen Wilhelm en August Wilhelm en zijn favoriete kleinzoon Louis Ferdinand staan daarbij centraal. Deze leden van de Hohenzollernfamilie gingen na de Eerste Wereldoorlog op zoek naar hun plek in de nieuwe maatschappij, al bleven de meesten hopen op de restauratie van de keizerlijke monarchie.

De keizer had evenwel grotendeels de realiteit uit het oog verloren. Velen namen het hem kwalijk dat hij in 1918 Duitsland had verlaten en zijn heil in Nederland gezocht had. Bovendien hield hij vast aan elitaire politieke denkbeelden, en zag hij niet in dat moderne leiders afhankelijk waren van het volk. De meeste Duitsers aanzagen zijn oudste zoon, kroonprins Wilhelm als een schertsfiguur en rokkenjager, en zijn oudste kleinzoon verloor door een huwelijk beneden zijn stand zijn aanspraak op de troon. Daarenboven was Hitler helemaal niet geïnteresseerd in een herstel van de monarchie. De Hohenzollerns verloren hun politieke relevantie.

J. Pekelder, J. Schenk en C. van der Bas, "De Keizer en het Derde Rijk: de familie Hohenzollern en het nationaalsocialisme". Soesterberg, Aspekt, 2020. Ill., 76 blz.,
Gen., 14.95 €  ISBN  9789463389365

dinsdag 9 februari 2021

Hans Oster: verrader of weerstander?

 Hans Oster (1887-1945) was een Duitse generaal die een leidende functie had binnen de Abwehr, de Duitse contraspionage waarover admiraal Wilhelm Canaris het bevel voerde.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Oster als officier verbonden aan de generale staf. In 1929 werd hij wegens zijn verhouding met de echtgenote van een hoge ambtenaar gedwongen om het leger te verlaten. Zes jaar later werd hij door Canaris voor de Abwehr gerekruteerd, en werd na een tijdje diens rechterhand. Beiden stonden afwijzend ten opzichte van het nationaalsocialisme. 

Oster raakte in de jaren 1930 nauw bevriend met majoor Bert Sas, de Nederlandse militaire attaché in Berlijn. Geleidelijk aan bracht Oster zijn vriend op de hoogte van allerhande militaire geheimen, zoals de datum van de preventieve Duitse aanval op Denemarken en Noorwegen. Het meest belangrijke 'wapenfeit' van Oster was dat hij de juiste datum liet weten van het grote Duitse offensief tegen Nederland, België en Frankrijk. Hierover handelt een groot deel van de zopas verschenen korte feitenbiografie van de Nederlandse historicus en publicist Emerson Vermaat. 

Na een tijdje werd Oster ervan verdacht militaire geheimen verraden te hebben maar zijn chef Canaris hield zijn hand boven zijn hoofd. Steeds weer was Oster betrokken in allerlei militaire complotten tegen Hitler. In 1943 werd hij uit de dienst ontslagen wegens hulp aan joden. Na de aanslag op Hitler op 20 juli 1944 werd de Abwehr-generaal aangehouden en op 9 april 1945 in de gevangenis van Flossenbürg opgehangen.

Vermaats boek is stevig gedocumenteerd en bevat een bibliografie en illustraties maar jammer genoeg geen register.

Emerson Vermaat, "Hans Oster: de Duitse inlichtingenofficier die Nederland waarschuwde". Soesterberg, Aspekt, 2020. Ill., 166 blz. Gen., 18.95 €  ISBN  9789464240030

maandag 25 januari 2021

Het nooit eindigende verhaal van de Eerste Wereldoorlog

 De Eerste Wereldoorlog wordt ook wel de "Urkatastrophe des 20. Jahrhunderts" genoemd. De oorlog was inderdaad van een onvoorstelbare omvang zoals de wereld die nog niet eerder gezien had. Ook de gevolgen ervan, die tot op de dag van vandaag nog niet zijn uitgewerkt, waren en zijn enorm. Toch bestaan er nog steeds veel mythen over deze oorlog, die door toedoen van een aantal historici en publicisten een hardnekkig bestaan blijven leiden. Gelukkig is daar de grote boekenreeks De Grote Oorlog van uitgeverij Aspekt die sinds 2002 verschijnt en voldoende weerwerk levert, en zopas het 41ste boekdeel afleverde.

Dit deel bevat vier grote artikels die op zichzelf staan. Hans Terpstra schetst op vlotte wijze het leven van de Zuid-Afrikaanse generaal Jan Smuts, en gaat vooral in op diens rol tijdens de Eerste Wereldoorlog. In eigen land was Smuts bij de Boeren alles behalve geliefd. Zij beschouwden zijn leven als een tragische mislukking omdat hij zich ten dienste van de gehate Britten had gesteld, en niets had gepresteerd voor zijn volk. Vele Boeren beschouwden hem als een verrader en zelfs moordenaar van zijn volk. Dat had uiteraard alles te maken met Smuts' rol tijdens de Boerenoorlog (1899-1902), en zijn handelen tijdens de eerste maanden van het uitbreken van de wereldoorlog. Samen met generaal Botha had Smuts een Boerenrebellie met geweld neergeslagen, en had hij niet gepleit voor clementie voor de ter dood veroordeelde rebellenleider Jopie Foeri. Auteur Terpstra gaat hier nader op in, en beklemtoont vooral de verdiensten van Smuts op internationaal gebied. Dankzij Smuts won Zuid-Afrika weer aan prestige.

De andere bijdragen handelen over de historie van de Britse Marinevliegdienst, en zijn Duitse tegenstander het Marineflugwesen. Expert Bas de Groot levert ons een gedegen en rijk geïllustreerd artikel van meer dan honderd pagina's. Eric Wils beschrijft de lotgevallen van de Schotten tijdens de oorlog. Zo'n 550.000 Schotten maakten deel uit van de Britse strijdkrachten; zo'n 100.000 sneuvelden of een op de vijf. Tot slot onderzoekt Yency Rodenburg de invloed van de onbeperkte duikbootoorlog op de Nederlandse koopvaardij in 1917. Met veel aandacht las ik vooral de artikels over veldmaarschalk Smuts en de lotgevallen van de Schotten gedurende de vijf oorlogsjaren.

"De Grote Oorlog: kroniek 1914-1918: essays over de Eerste Wereldoorlog, deel 41". Soesterberg, Aspekt, 2020. Ill., 243 blz. Gen., 25 €   ISBN  9789463389399

woensdag 20 januari 2021

Verdun

 Samen met de slag aan de Somme behoort de slag bij Verdun in 1916 tot de bekendste en bloedigste veldslagen die aan het westelijke front tijdens de Eerste Wereldoorlog plaatsvonden. De gevechten duurden bijna een jaar en de tragedie van zoveel slachtoffers op zo'n relatief klein gebied was en is indrukwekkend. De Duitsers begonnen de slag in februari met de bedoeling om de Franse divisies te laten leegbloeden. Eenmaal dat ze murw geslagen waren, zouden ze -zo dacht het Duitse opperbevel- wel bereid zijn om met Duitsland een aparte vredesovereenkomst te sluiten. Immers de Duitsers beschouwden de Britten als hun grootste vijand en wilden het volledig isoleren van hun bondgenoten. Zoals we weten, is het nooit zo ver gekomen.

Tom van Hooff schreef in het verzamelwerk De Grote Oorlog: kroniek 1914-1918 diverse bijdragen over de slag van Verdun en de voorgeschiedenis ervan. Deze heeft hij thans lichtjes herwerkt en gebundeld in het voorliggende Verdun 1916. De meeste belangstelling in zijn toegankelijk boek gaat uit naar de derde fase van de veldslag of de maanden juni tot en met augustus 1916, toen de slag in een beslissende fase kwam. De Duitsers voerden nieuwe divisies aan en het aantal stormaanvallen werd opgevoerd; dat met als doel om een permanent verdedigbare positie te bereiken, uit te bouwen en te verdedigen. Het resultaat was dat de aanvallen einde augustus stilvielen omdat beide partijen op apegapen lagen. Na een grootse Franse tegenaanval in de herfst stonden beide partijen weer op hun uitgangsposities van februari.

De auteur onderzoekt ook een aantal individuele levens van gesneuvelden en trekt de lijn door tot op vandaag
. Voor de liefhebbers: leerrijke lectuur

Tom van Hooff, "Verdun 1916: artikelen over de slag". Soesterberg, Aspekt, 2020. Ill., 151 blz. Gen., 19.95 €  ISBN 9789464240221

dinsdag 19 januari 2021

De jarige uitgeverij Aspekt en Theo van Gogh

 Bühne is een door uitgeverij Aspekt halfjaarlijks uitgegeven tijdschrift in boekvorm en gewijd aan literatuur en cultuur. In het pas verschenen nummer 13 wordt in de eerste plaats aandacht besteed aan de 25ste verjaardag van de in Soesterberg gevestigde uitgeverij Aspekt. Margreet den Buurman bespreekt het reilen en zeilen van de uitgeverij aan de hand van de eerste fictiebundels die de uitgeverij in 1996 uitgaf. Nieuw poëziewerk van uitgever Perry Pierik sluit hierop aan. Henk Vaessen schreeft een korte maar gevatte hulde en Sylvia Kamerbeek, de doe-het-al en de voortdurende bezige bij van de uitgeverij, geeft een prettig leesbaar inkijkje vanuit haar vaste standplaats op kantoor.

Verder bevat de bundel zoals steeds een selectie aan essays, kortverhalen en jazzgedichten van onder meer Dorian d'Oliveira, Ruud Alers, Wim Huijser, Anneke Mooi en Maran Olthoff. In zijn artikel haalt Bert van Galen onder meer herinneringen op aan de vermoorde Theo van Gogh. Op de vraag hoe lang "zal je strijd duren tegen het politiek correcte denken", kreeg de interviewer het volgende antwoord van Van Gogh: "Dat is nog een lange weg en dat is goed. Heerlijk om al die naïeve sukkels op de kast te jagen. Vooral in de grachtengordel kom je dit soort types voortdurend tegen. Ze zijn zo links en bewogen, dat is echter direct afgelopen als er een zwerver voor de deur ligt te slapen. Dan wordt er direct bij een bevriende rechter een dwangbevel geregeld. Terwijl als oom Jan last van zijn verslaafde buren heeft hij direct als fascist wordt neergezet". Het gebrek aan dergelijke non-conformisten in onze maatschappij laat zich thans meer dan ooit voelen.

"Bühne nr. 13". Soesterberg, Aspekt, 2020. Ill., 136 blz. Gen., 9.95 €  ISBN 9789464240191

vrijdag 8 januari 2021

Het Hongarije van Miklos Horthy

 Door het verdrag van Trianon van juni 1920 werd de Donaumonarchie ontbonden en werd Hongarije tot zowat de helft van zijn grondgebied herleid. De rompstaat was nauwelijks nog leefbaar en werd door vijanden omringd. In sommige nieuwe grensstreken vormden Hongaren de meerderheid maar toch werd het aan een nieuwe staat toegewezen. Dat veroorzaakte uiteraard de nodige wrevel. Menigeen zag hierin een smerige streek van de Fransen die in het verdrag de hoofdtoon hadden gevoerd. Niet te verwonderen dat tal van Hongaren wraak tegen dit verdrag koesterden. Zo ook de oorlogsheld en enige admiraal van de voormalige Habsburgse oorlogsvloot Miklos Horthy.

In zijn aantrekkelijk uitgegeven boekje beschrijft uitgever-historicus Perry Pierik het levensverhaal van Horthy, gekoppeld aan de geschiedenis van Hongarije tijdens het interbellum. Hij doet dat met veel verve en met oog voor het detail. In november 1918 kwam Horthy terecht in een land dat vervallen was tot anarchie en chaos. Hongarije verkeerde in een ontredderde toestand en in maart 1919 pleegde de communist Bela Kun, met steun van Lenin, een staatsgreep. Gedurende drie maanden heerste in het land een rode terreur. Daarop werd Horthy gevraagd om het communistische bewind te breken. Met een nationaal leger bestaande uit betrouwbare eenheden en met Roemeense regimenten werd het regime van Bela Kun verslagen en het land uitgejaagd. Daarna volgde een moeizaam herstel. Antisemieten beschuldigden er, niet ten onrechte, de joodse minderheid van om hand- en spandiensten aan Bela Kun verleend te hebben. De weggejaagde keizer Karl I (koning Karel IV in Hongarije) poogde in het begin van de jaren 1920 tot twee maal toe zijn troon terug in bezit te nemen. Regent Horthy verzette hemel en aarde om hem diets te maken dat zoiets onmogelijk was. De geallieerden en een aanzienlijk deel van de Hongaren zouden hier nooit mee instemmen.

Vervolgens leidt schrijver Pierik ons de Tweede Wereldoorlog in. Dat Hongarije aan Duitse zijde tegen de Sovjet-Russen streed, was tegen de zin in van Horthy. Deze had zijn land het liefst buiten de oorlog gehouden maar moest buigen voor zijn generaals. In oktober 1944 wilde hij zijn land overgeven aan de oprukkende Sovjets maar de Duitsers verhinderden dat. Horthy werd opgesloten en de fascistische Pijlkruisers van Ferenc Szalasi namen met Duitse bescherming het land over. Daarop werd de hoofdstad door het Rode Leger ingesloten en volgde er een maandenlange beleg. 

Na de oorlog viel Horthy in Amerikaanse handen en sleet hij zijn laatste jaren -hij overleed in 1957- in ballingschap in Portugal. Pas in 1993, na de implosie van het communisme, konden zijn stoffelijke restanten naar Hongarije overgebracht worden. Op het einde van zijn boekje vergelijkt Pierik Horthy, als dader en slachtoffer van de geschiedenis, met Viktor Orban. Deze vergelijking valt flink in het nadeel van de eerste uit. 

Perry Pierik, "Horthy en de strijd om de Hongaarse natiestaat". Soesterberg, Aspekt, 2021. Ill., 123 blz. Gen., 16,95 blz.  ISBN  978-94-6424-057-3