dinsdag 12 mei 2020

Vlaamse vrijwilligers in film 'Kolberg'

De Vlaamse 'Kolberg'-grenadiers. Wim Leys staat tweede van rechts
Op 30 januari van dit jaar was het 75 jaar geleden dat de monumentale Duitse film Kolberg zijn eerste uitstraling kende. Het was de duurste film ooit uit de Duitse filmgeschiedenis met duizenden figuranten. Deze historische film vertelde het verhaal van de belegering van de Pommerse havenstad Kolberg in 1807 door napoleontische troepen. Voor Goebbels, die van meet af aan de filmproductie gesteund had, was Kolberg een uitstekend gemaakte propagandafilm, bedoeld om de laatste reserves voor de "totale oorlog" te mobiliseren. De film werd in de zomer en de herfst van 1944 gedraaid.
De mythe wil ons nog steeds doen geloven dat om de nodige figuranten te bekomen, hiervoor duizenden soldaten van het front teruggetrokken werden. In waarheid betrof het soldaten die nog in opleiding waren of deel uitmaakten van allerhande reserve-eenheden.
Ook enkele Vlamingen maakten als figurant deel uit van de filmbezetting. Het waren Vlaamse vrijwilligers die behoorden tot het SS-Jagdverband D (sabotage en infiltratie) waarvan SS-Sturmbannführer Otto Skorzeny de leiding in handen had. Deze eenheid bevond zich nog in volle opleiding in de streek van Friedenthal nabij Oranienburg. Een van deze vrijwilligers was de Antwerpenaar Wim Leys. In september kregen hij en zijn kameraden te horen dat ze zich naar de tv-studio's dienden te begeven, waar ze in uniformen van het Pruisische leger uit het begin van de 19de eeuw gestoken werden en in de ware zin van het woord gedurende een aantal weken
soldaatje dienden te spelen. Ook Skorzeny was persoonlijk op de filmset aanwezig.
Toen de film in de maanden februari-maart 1945 in de Duitse bioscopen draaide, was een flink deel van Pruisen al door de Sovjet-Russen bezet. De stad Kolberg was grotendeels verwoest, en kon in tegenstelling tot 1807 niet meer gered worden van de ondergang. Thans is ze in Poolse handen.
Na zijn keiharde opleiding werd Wim Leys niet ingezet bij de SS-Jagdverbanden maar gemuteerd naar de 'Langemarck'-divisie.
Bron: DMZ-Zeitgeschichte, 2020, nr. 44.

zaterdag 9 mei 2020

De Boekenschouw van het Nieuwe Europa

Door het coronavirus worden de mensen verplicht om meer thuis te zijn. In feite voor mij geen probleem. Hierdoor kan ik naast mijn schrijftaken meer tijd besteden aan lezen en plankzeilen op het oneindige internet, in de hoop iets interessants te vinden. Tijdens de afgelopen week was het weer eens zover.
Op een webstek vond ik het voor me tot dan volledige onbekende tijdschrift De Boekenschouw van het Nieuwe Europa. Wat zoekwerk leerde me dat het nieuwe orde-tijdschrift verscheen tussen november 1941 en juli 1942. Vanaf het najaar van 1942 werd het opgevolgd door De Schouw, waarvan de NSB'er Tobie Goedewaagen de hoofdredactie in handen had. Van De Boekenschouw verschenen er in totaal negen nummers. Hoofdredacteur was Maarten Ropine, pseudoniem van Maarten van Nierop. Ieder nummer, mooi verzorgd uitgegeven, staat barstensvol informatie over boeken die toen verschenen, ook Vlaamse auteurs als Stijn Streuvels en Gerard Walschap komen aan bod.
Verder zoeken leerde me dat geen enkele bibliotheek of instelling in Vlaanderen nummers van dat tijdschrift bezit. Ook in Nederland is het enkel aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek en op het NIOD.
Op de desbetreffende webstek werden acht van de negen nummers in uitstekende staat voor een niet al te democratische prijs te koop aangeboden. Ondanks de prijs, en na een korte beraadslaging met mijn echtgenote, heb ik onmiddellijk toegehapt. Zoiets zeldzaams mocht toch niet in mijn verzameling ontbreken. Ik ben dan ook van plan om er later in mijn Curiosa-reeks een uitgebreid artikel aan te wijden. Ik wilde u, lezer, van het bestaan van het tijdschrift alvast op de hoogte brengen.

dinsdag 5 mei 2020

Remi Bogaert geleverd en verzonden

Gisteren rond het middaguur werden de exemplaren van mijn nieuw boek Remi Bogaert: geloven in een heilige zaak (mijn 63ste!) geleverd. Gistermiddag en vandaag alle bestelde exemplaren verzendingsklaar gemaakt zodat ze morgen op de post kunnen. Wanneer ze geleverd zullen worden, ligt in handen van bepost. Daar zeiden ze me dat alles binnen de veertien dagen besteld zal worden. In deze coronatijden is de verzending van pakjes immers explosief toegenomen. Nu uitkijken maar.
Intussen werk ik al aan mijn volgende boek.

donderdag 16 april 2020

Onderweg

Vanmorgen brachten Ann en ik de nieuwe boekenfolders naar de Masspost in Marke. Makkelijk was het niet. Ann nam een lading mee in haar elektronische rolstoel en ik sleurde de rest mee in onze winkeltrolley. Sinds we geen auto meer hebben, kon ik hiervoor beroep doen op een vriend maar in deze enge coronatijd kan dat niet. Nu alles is goed en wel afgelopen. De folders zijn afgeleverd en goedgekeurd. Tegen eind volgende week zou iedereen zijn folder in de bus moeten gekregen hebben.
Daarna is het afwachten geblazen op reacties en hopelijk voldoende bestellingen om uit de kosten te geraken. Ik heb ze nu op de post gebracht omdat het wachten op betere tijden nog wel een poos kan duren.
Thans werk ik aan mijn boek over Reimond Tollenaere, 'vader' van het Vlaams Legioen.

woensdag 25 maart 2020

Duitse ansichtkaart Nieuport - Nieuwpoort

Onlangs kon ik de hand leggen op een Duitse ansichtkaart getekend door 'Fischer'. Meer uitleg over de tekenaar verschaft de prentkaart niet. Ze is door de Feldpost afgestempeld op 30 oktober 1940 en verzonden door een soldaat naar zijn "Liebe Eltern".
Intrigerend is wel dat de kaart een Duitse infanterist met een schild voorstelt waarmee hij zich beschermt tegen een aanrollende zeegolf. Meer: onderaan staat duidelijk 'Nieuport' geschreven en linksboven staat het monument van koning Albert I in Nieuwpoort afgebeeld. Het is de eerste maal dat ik deze ansichtkaart zag, en ook de reden waarom ik ze kocht.
Hamvraag is nu of er meer van dergelijke kaarten tijdens de bezetting 1940-1944 verschenen die gewijd werden aan Vlaamse steden?

vrijdag 13 maart 2020

Tentoonstelling Gebroeders Van Eyck

Gisteren bezochten Ann en ik de spraakmakende tentoonstelling gewijd aan Jan en Hubert van Eyck in het Museum voor Schone Kunsten in Gent.
De tentoonstelling is inderdaad de moeite waard. Het is een bad van pracht en praal waarin je terecht komt. Dankzij de gehandhaafde tijdsblokken was er nergens aandrang en kon ook Ann vanuit haar rolstoel alles rustig bekijken vanop de eerste rij. Sommige schilderijen moet je inderdaad van dichtbij kunnen bekijken gezien het kleine formaat ervan.
Vooral Jan van Eyck was een voortrekker en vernieuwer van de schilderkunst in zijn tijd. De details zijn overweldigend. Zijn portretten zijn verpletterend realistisch. Bij het zien van al dat moois bedenk je dan dat het grootste deel van zijn oeuvre verloren gegaan is.
Op de tentoonstelling was er ook werk van tijdgenoten, onder meer van Italiaanse meesters, te zien. Zonder meer, en dat niet uit patriottistische overwegingen, zijn ze allen de mindere van Jan van Eyck.
Ons bezoek aan de museumwinkel was dan weer een teleurstelling. Zelf ben ik een liefhebber van mooie bladwijzers maar die waren er niet. Helemaal geen Van Eyck-bladwijzers. Dominius Lampsonius tekende een prachtig portret van Jan van Eyck. Het origineel ligt op de tentoonstelling maar een prentkaart was niet voorradig. Een misser.
Er waren heel wat voorzorgsmaatregelen tegen het coronavirus. Dagelijks bezoeken honderden mensen de tentoonstelling. Sinds vandaag is ze echter niet meer toegankelijk en dat voor onbepaalde tijd. Jammer voor al die mensen, onder wie vele niet-Vlamingen, die thans in de kou moeten staan.

zondag 8 maart 2020

Woke

De opinieschrijfster en journaliste Mia Doornaert is een van de belangrijkste intellectuelen in Vlaanderen. Samen met Rik van Cauwelaert behoort ze tot mijn absolute favorieten.
Onder de titel Generatie watjes schreef ze haar wekelijkse donderdag-column in De Standaard (5 maart). Tussen haakjes denk ik dat deze krant een dergelijke column door iemand anders geschreven zonder veel omhaal zou weigeren. Omwille van de omzet (kassa, kassa) kan De Standaard Doornaerts opiniestukken echter niet weigeren. Ik ken toch wel wat mensen die de krant op donderdag speciaal kopen omwille van haar column. Daarnaast is er uiteraard ook haar decennialange redactionele medewerking aan de krant geweest.
Haar laatste artikel is tevens een bijzonder werkstuk. Het is een afrekening met de politiek correcte domheid, dat nu de hippe naam van 'woke' kreeg. Ik breng hieronder enkele citaten uit het betreffende stuk om haar mening weer te geven. Daarbij is zij helemaal geen roepende in de woestijn.
"De BBC zal romans herschrijven om te verhullen dat Engeland ooit 'wit' was. Het is al erg genoeg dat de jonge generaties steeds minder lezen, dat ze geen behoorlijk geschiedenisonderwijs meer krijgen. Voor zover ze ooit nog eens een meesterwerk 'van voor hun tijd' onder ogen krijgen, moet daar eerst politiek correct mee gerotzooid worden".
"Jongeren die nu aan de weg timmeren, willen niet, zoals in mei '68, 'verbieden te verbieden', maar zo veel mogelijk mensen de mond snoeren. Omdat ze veel te weinig kennis en cultuur meekregen, kunnen ze niet meer reageren met argumenten".
"Want wie fout denkt, wordt vervloekt. Ook in de mobilisatie voor het klimaat, op zich prijzenswaardig, is er een fanatiek simplisme, zoals belichaamd door Greta Thunberg".
Daarnaast breekt Mia Doornaert een lans voor de militant atheïstische Franse schrijfster Caroline Fourest, bekend door haar keiharde islamkritiek, die deze maand onder de titel Génération offensée een pittig pamflet liet verschijnen waarin ze de onverdraagzaamheid van de woke-dictatuur aanklaagt. Hopelijk wordt het boek ook in het Nederlands vertaald.